Als ik maar kan dansen dan ben ik gelukkig

Het Tong Tong Festival 2010 had drie wereldberoemde Balinese dansmeesters te gast: Ida Bagus Oka Wirjana (1929), Jero Made Puspawati (1932) en Ni Gusti Ayu Raka Rasmi (1939). Aafke de Jong interviewde deze ‘Seniman Tua’, oude dansmeesters, in het Bibit-Theater en maakte voor deze website een uitgebreid verslag.

Langzaam en ietwat voorzichtig loopt het gerenommeerde drietal door het smalle gangpad naar voren. Onder hun wollen winterjassen schijnt de zon: kleurrijke tempeldracht in fel oranje, paars en gouddraad. Het in groten getale toegestroomde publiek verwelkomt hen met een warm applaus. De spanning is van hun gezichten af te lezen. Gracieus en met kaarsrechte rug nemen de dansers plaats achter de microfoon. Op tafel ligt het boek Dancing out of Bali, met op de cover een foto van danseres Ni Gusti Ayu Raka Rasmi, uit 1952, als de kwaad voorspellende vogel uit de hofdans Legong Kraton Lasem. Ze was toen twaalf jaar.

Hindoeïstisch Bali

Ik besluit het interview te beginnen à la Jörgen Raymann, met de vraag: “Wie was uw moeder en wie was uw vader?”, in de hoop hen op een voor het publiek interessante en voor de hoofdpersonen gepaste manier te introduceren. De drie dansers komen uit totaal verschillende gezinnen, alleen al omdat zij een andere kaste-achtergrond hebben, wat in het Hindoeïstische Bali de sociale omgangsvormen voor een groot deel bepaalt. Hoe verschillend ook, het zijn bij alledrie de ouders geweest die hen van jongs af aanspoorden om te gaan dansen.


Ida Bagus Oka Wirjana

Ida Bagus Oka Wirjana (1929), alias Gus Aji Belangsinga, is afkomstig uit de hoogste kaste, de Brahmana’s. Als hij hogepriester zou zijn geworden, vertelt hij, had hij geen (internationale) danscarrière kunnen nastreven. Hij somt de namen op van de landen waar hij op het podium stond. De lijst is zo lang dat ik het met vertalen niet meer bij kan houden. Alleen Nederland stond nog op zijn wensenlijstje. Later, in het Bintang-Theater, zal hij ons meerdere malen versteld doen staan. Boven de tachtig en nòg veert hij – schijnbaar moeiteloos – in en uit de kenmerkende kleermakerszit van de kebyar duduk, zoals de dans heet (duduk = zitten).

Kaste-systeem

Het Balinese kaste-systeem is een nogal gevoelig onderwerp en voer voor vooroordelen. Om de link naar dans en theater te maken, heb ik twee dansmaskers meegenomen; één van een koning en één van een dienaar. Gus Aji, die overigens van zijn twee vrouwelijke collega’s steeds de microfoon in handen gedrukt krijgt – hij is immers niet alleen de oudste van het drietal, maar ook nog eens een man èn afkomstig uit de hoogste kaste – staat op en pakt als eerste het masker van de Dalem, de vorst. Hij danst een korte, sierlijke bewegingsfrase die zacht voortkabbelt, maar tegelijkertijd de waardigheid van het karakter benadrukt. Daarna neemt hij het masker van de panasar en houdt het voor zijn gezicht. Hij maakt enkele komische, ietwat ongecontroleerde bewegingen. De taak van de panasar is het vertalen van wat de hogere figuren zeggen, maar ook het leveren van commentaar op wat er in de samenleving speelt. Gus Aji spreekt het publiek van achter zijn masker toe in opzettelijk gebroken Engels. Hiermee laat hij in een paar seconden op treffende wijze zien hoe de sociale hiërarchie ook in het Balinese theater speelt.

De rol van koning

Over het algemeen vindt men het op Bali het meest passend als iemand van hoge komaf ook in het theater de rol van de koning op zich neemt. In de praktijk blijkt echter dat als je als jaba, persoon uit de laagste kaste (sudra), de kwaliteiten hebt om een elegante prins te vertolken, dit geen probleem is. Andersom zijn er ook wel ksatrya’s, leden van de vroeger regerende kaste en krijgers, die de ‘gewonere’ clownsrollen op zich nemen wanneer zij een bijzonder gevoel voor humor blijken te bezitten. Voor de Balinezen is het concept dat alles afhankelijk is van desa (plaats), kala (tijd) en patra (situatie) altijd en overal van toepassing.

Ogen als handelsmerk


Gus Aji heeft zeventien kinderen van twee echtgenotes en is opa van een bijna ontelbare schare cucu’s (kleinkinderen). Hij is 81 jaar maar zijn ogen fonkelen nog steeds. Ogen die zijn handelskenmerk zijn geworden: Gus Aji staat bekend om zijn eigen versie van de seledet, een oogbeweging die in de Balinese dans veelvuldig voorkomt. Normaal gesproken kijk je in zo’n seledet met je ogen wijd open naar de linker of rechter ooghoek en dan weer terug naar het midden. Gus Aji kan deze beweging echter ook in hoog tempo van boven naar beneden uitvoeren. Als ik hem vraag of hij dit misschien aan ons zou willen voordoen, beginnen zijn ogen alweer te glimmen.

Jero Made Puspawati

Ni Made Rupawati (1932) is de dochter van een populaire Janger-danseres die haar de basisbeginselen van de Balinese dans leerde. Toen de vorst van Denpasar, de hoofdstad van Bali, de jonge en talentvolle Made zag dansen, vroeg hij haar ten huwelijk. Het was ongepast om te weigeren en Made werd zijn tweede vrouw. Vanaf dat moment heette zij Jero Made Puspawati; Jero is de titel die vrouwen van lagere komaf krijgen als ze met iemand uit een hogere kaste trouwen. Op de vraag of haar leven veranderde toen ze in de puri (= paleis) kwam wonen, en zo ja, hoe, antwoordt Ibu Jero aarzelend: “Ja, het werd inderdaad anders.” Maar hoe dan? “Tsja, gewoon….anders!”

Cross-genderdansen


Ik kan mij niet aan het gevoel onttrekken dat zij er bewust voor kiest hierop niet verder in te gaan om haar collega’s uit de hogere kaste te ontzien, want het leven in een puri brengt bepaalde gedragsregels met zich mee. Aan haar leerlingen vertelt ze wel eens op lachende toon dat “zij zo naïef was geweest ‘ja’ te zeggen”, want na haar huwelijk werd het haar verboden in de schijnwerpers te staan en mocht zij alleen nog maar lesgeven. Iets wat zij tot op de dag van vandaag met passie doet. Haar vakkundigheid brengt dansstudenten uit de hele wereld naar haar paleis. 
Haar specialiteit zijn de bebancihan-dansen, de zogenaamde cross-genderdansen, waarin vrouwen mannenrollen dansen. Op deze manier veroverden vrouwen vanaf de jaren ’20 van de vorige eeuw langzaam maar zeker het podium, die tot dan toe het domein van mannen was.

De juiste positie

Een jonge vrijwilligster uit het publiek in het Bibit-Theater laat zich door Ibu Jero in de basishouding (agem) van de Balinese vrouwendans wringen. Want dat is het letterlijk. Ieder lichaamsdeel wordt door de hand van de meester in de juiste positie gekneed. Ibu Jero vertelt dat het lesgeven tegenwoordig minder serieus wordt genomen en ze is blij dat haar docenten haar nog met de harde hand hebben aangepakt. Soms gebruikten zij zelfs een stok, waarover haar rug naar achteren werd gebogen. Maar zelf is Ibu Jero veel milder omdat ze vindt dat leerlingen met serieuze intenties de dans ook op een manier kunnen leren die bij deze tijd past. Zij wil bovendien dansers uit het buitenland niet afschrikken want het zijn vooral deze buitenlanders die geïnteresseerd zijn in de oudere Balinese dansen, haar specialisatie. De jeugd van Bali, zegt Ibu Jero, houdt zich namelijk meer bezig met populaire dans, die je snel kunt leren, of met nonton tipi (televisie kijken).

Geduld

Ondertussen voelt de vrijwilligster zich niet echt gemakkelijk op het podium. Ellebogen boven de schouders, vingers naar het plafond gericht, voeten naar buiten gedraaid, knieën die continue in gebogen positie staan, rug hol, maar wel met je buik ingehouden… en dan natuurlijk niet vergeten adem te halen…. En dat alles met een glimlach om je lippen, alsof het geen enkele moeite kost. Er is veel geduld nodig voor het leren van Balinese dans. Na veel gelach en een bemoedigend applaus van het publiek mag zij weer gaan zitten.

Ni Gusti Ayu Raka

Ni Gusti Ayu Raka (1939), de jongste van de drie, heeft een ander uniek levensverhaal. Wonende tegenover de puri Mandala in het dorp Peliatan (bij Ubud), was zij als kind bevriend met de twee dochters van de Anak Agung, Oka en Anom, beiden ook jonge dansers. En juist met deze raja had John Coast (impresario en schrijver van o.a. Dancing out of Bali) het plan opgevat een groep gamelanmusici en dansers te trainen voor een tournee door de VS en Europa. Raka bleek een natuurtalent en had een goede technische basis.

Flirtende bijen

Bali’s bekendste choreograaf, Ketut Mario uit Tabanan, maakte op verzoek van John Coast speciaal voor Ibu Raka en de minstens tien jaar oudere danser Sampih het duet Oleg tambulilingan, over twee flirtende bijen die in een tropische tuin een verleidingsdans uitvoeren. Het duet was gedurfd toentertijd aangezien de vrouwelijke danser haar armen ver boven het hoofd hief. Voordien reikten de armen niet hoger dan de schouders.

Ed Sullivan Show

Op recent ontdekte zwart-wit filmbeelden van de tournee zien we een kleine Raka met sierlijke passen de toneeltrap van de Ed Sullivan Show aflopen. De dans die zij en haar partner Sampih daar uitvoeren, is vele malen expressiever èn heeft een hoger tempo dan de hedendaagse variant. De hand van choreograaf Ketut Mario is hier nog duidelijk aanwezig, wat valt af te leiden uit films uit de jaren ’30 waarin Mario danst. De stijl is vrijer dan we tegenwoordig zien.

Ketut Mario

In de workshops tijdens het Tong Tong Festival 2010, leert Ibu Raka Nederlandse dansstudenten de originele versie van het duet uit de jaren ’50. De dans hoort inmiddels tot het stockrepertoire van Balinese danseressen al staat de hedendaagse stijl ver af van het oorspronkelijke materiaal van Mario. Zo houdt de vrouwelijke danser haar bovenlichaam in de Zuid-Balinese versie bijna horizontaal. Ibu Raka laat met gemak even de verschillen zien, waarop er weer veel ooh’s en aah’s uit de zaal te horen zijn.

Trots en jaloezie

Op de vraag of haar ouders niet bang waren hun 12-jarige dochter op tournee naar het buitenland te sturen, antwoordt Ibu Raka dat zij heel trots op haar waren en haar steunden. Bovendien ging ze mee met de Anak Agung, zijn dochters en John Coast, dus het zou wel goed komen. Toch had de roem een keerzijde. Haar danspartner Sampih werd een jaar na terugkomst dood aangetroffen op Bali. Men vermoedt dat het om een jaloeziemoord ging, waarschijnlijk vanwege het kleine kapitaal dat de danser aan de tournee had overgehouden. Overigens zijn nog slechts twee personen van die hele groep musici en dansers in leven, aldus Ibu Raka.

Intan Budaya Negeri Foundation

De senioren Ida Bagus Oka Wirjana, Jero Made Puspawati en Ni Gusti Ayu Raka Rasmi zitten met nog enkele andere oudere dansers in een stichting voor het behoud van het dansrepertoire waarin zij zijn opgeleid, de Intan Budaya Negeri Foundation. Zij zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid ten opzichte van de volgende generaties. De dansmeesters geven workshops aan jonge dansstudenten en treden zelf op als de Seniman Tua Bali, Balinese senior-kunstenaars. 
Het trio toont zich bezorgd over de toekomst van de Balinese dans, met name over de kwaliteit van de uitvoering. Jongeren hebben niet meer het geduld om langdurig te trainen en zich te verdiepen in de techniek en achtergrond van de dans, vinden ze. Volgens Gus Aji mist vooral taksu, oftewel: bezieling. Toen de Seniman Tua zelf les kregen, was er meer tijd voor oefening. Ook kregen ze vaak les van de choreograaf zelf.

Gelukkig

Tot slot vraag ik aan Ibu Jero of zij het dansen voor een, grotendeels onervaren, Nederlands publiek anders ervaart, dan het dansen tijdens een ceremonie in een tempel op Bali. Het maakt geen enkel verschil, zegt ze. “Als ik maar kan dansen, dan ben ik gelukkig!”

Interview en tekst: Aafke de Jong. Kijk voor meer informatie over Aafke op haar websites www.balinesedans.nl en www.aafkedejong.nl.

 

Ida Bagus Oka Wirjana, Jero Made Puspawati en Ni Gusti Ayu Raka Rasmi waren van 21 t/m 30 mei 2010 te gast op het Tong Tong Festival in Den Haag. Ze gaven interviews, workshops en voorstellingen.

In Indisch Anders 2010 schrijft Peter van Amstel over Balinese muziek en dans, o.a. over het boek van John Coast en de toernee door het westen die hij organiseerde. Indisch Anders is de gratis boekenkrant bij het Tong Tong Festival. Op 27 april is deze boekenkrant voor lezers met belangstelling voor de (post)koloniale geschiedenis en literatuur verschenen. Hij is online te lezen en als pdf te downloaden.